Naar de inhoud

Rekentools

1RM calculator: bereken je maximum voor één herhaling

Vul in welk gewicht je tilde en hoeveel herhalingen je tot falen haalde. Je krijgt je geschatte maximum voor één herhaling en een tabel met trainingsgewichten.

Wat is je 1RM?

1RM staat voor one-repetition maximum: het zwaarste gewicht dat je bij een oefening precies één keer met goede techniek kunt tillen. Veel krachtschema's rekenen in procenten van je 1RM. Een echt maximum testen is zwaar, vraagt ervaring en een spotter, en kost hersteltijd. Met de 1RM calculator schat je het uit een set met meer herhalingen: het gewicht en het aantal herhalingen dat je haalde tot het echt niet meer ging.

De twee formules

  • Epley (1985): 1RM = gewicht × (1 + herhalingen / 30)
  • Brzycki (1993): 1RM = gewicht × 36 / (37 - herhalingen)

Rekenvoorbeeld: je drukt 100 kg 5 keer op de bank. Epley: 100 × (1 + 5/30) = 116,7 kg. Brzycki: 100 × 36/32 = 112,5 kg. De calculator maakt daar geen gemiddelde van, maar toont de bandbreedte: 112,5 tot 116,7 kg. Dat verschil van ruim 4 kilo laat meteen zien hoe groot de onzekerheid is.

Bij 10 herhalingen komen beide formules precies op hetzelfde uit: 80 kg × 10 herhalingen geeft bij allebei 106,7 kg. Onder de 10 herhalingen geeft Epley de hoogste uitkomst, erboven Brzycki: 100 kg × 12 geeft 140 kg met Epley en 144 kg met Brzycki. Eén herhaling is per definitie je 1RM. Epley zou daar nog 3 procent bij optellen; de calculator geeft dan gewoon het gewicht dat je tilde.

Hoe meer herhalingen, hoe grover de schatting

Reynolds en collega's lieten 70 mannen en vrouwen van 18 tot 69 jaar hun 1RM en hun 5, 10 en 20RM testen op de bankdrukbank en de beenpers. Een set van 5 herhalingen voorspelde het maximum het best. Hun advies: gebruik niet meer dan 10 herhalingen om je 1RM te schatten. De calculator rekent tot 12 herhalingen; bij 11 en 12 is de uitkomst een ruwe indicatie. Ook per oefening verschilt de nauwkeurigheid: zelfs met hun beste formule had de schatting bij de beenpers een standaardfout van ongeveer 16 kilo, bij bankdrukken van 3 kilo.

Tel alleen herhalingen met goede techniek en tot echt falen. Stop je bij 8 terwijl er nog 2 in zaten, dan schat de calculator je maximum te laag.

Je kunt de formules ook omdraaien: welk deel van je maximum kun je een bepaald aantal keer tillen? Volgens Epley is dat bij 5 herhalingen 86 procent van je 1RM, bij 8 herhalingen 79 procent en bij 12 herhalingen 71 procent. Brzycki komt op 89, 81 en 69 procent. Ook hier zie je dat de twee formules bij weinig en veel herhalingen uit elkaar lopen.

Trainen met percentages van je 1RM

Onder de uitkomst staat een tabel van 100 tot 50 procent, in stappen van 5. Die rekent vanaf de laagste van de twee schattingen: een fout naar beneden is in de sportschool veiliger dan een fout naar boven. Voor het voorbeeld met 112,5 kg:

% van je 1RMGewicht
100112,5 kg
90101,3 kg
8595,6 kg
8090,0 kg
7584,4 kg
7078,8 kg
6067,5 kg
5056,3 kg

Een overzicht van het American College of Sports Medicine (ACSM) uit 2026, gebaseerd op 137 systematische reviews, vond dat kracht het meest toenam bij gewichten vanaf 80 procent van je 1RM, in 2 tot 3 sets en minstens 2 trainingen per week. Voor spiergroei maakte het gewicht tussen 30 en 100 procent weinig uit; daar telde vooral het volume, vanaf 10 sets per spiergroep per week. Voor beginners adviseerde het ACSM in 2009 gewichten die je 8 tot 12 keer kunt tillen. Volgens de twee formules is dat ongeveer 69 tot 81 procent van je 1RM.

Voor wie een schatting beter is dan een test

  • Beginners. Een maximale poging vraagt ervaring met zware gewichten en een goede techniek onder vermoeidheid. Een set van rond de 5 herhalingen geeft een bruikbare schatting zonder dat je tot je uiterste hoeft te gaan.
  • Blessures en klachten. Heb je een blessure, rug- of gewrichtsklachten, hoge bloeddruk of een hartaandoening, of ben je zwanger, test dan geen maximum zonder overleg met je arts of fysiotherapeut.
  • Andere oefeningen. Reynolds testte bankdrukken en de beenpers, en zag al tussen die twee grote verschillen. Bij een andere oefening kan de schatting dus verder naast zitten.

Train je voor spieropbouw, kijk dan ook naar je eiwitbehoefte: bij krachttraining rekenen we met 1,6 tot 2,2 gram per kilo lichaamsgewicht. Met de macro calculator verdeel je je calorieën over eiwit, vet en koolhydraten, en bij vetpercentage berekenen volg je hoe je lichaam verandert.

Zet deze rekentool op je eigen website

Je mag deze rekentool gratis op je website of blog plaatsen. Kopieer de code en plak hem als HTML in je pagina; de berekening blijft actueel.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je je 1RM?

Tel hoeveel herhalingen je met een bepaald gewicht haalt tot falen en vul beide in. Met Epley is je 1RM gewicht × (1 + herhalingen / 30), met Brzycki gewicht × 36 / (37 - herhalingen). 100 kg voor 5 herhalingen geeft 116,7 kg met Epley en 112,5 kg met Brzycki. De calculator toont beide als bandbreedte en rekent de trainingsgewichten vanaf de laagste.

Welke formule is beter, Epley of Brzycki?

Geen van beide is altijd beter. Bij 10 herhalingen geven ze precies hetzelfde, daaronder ligt Epley hoger en daarboven Brzycki. Het verschil tussen de twee is een goede maat voor de onzekerheid. Belangrijker dan de formule is het aantal herhalingen: in het onderzoek van Reynolds voorspelde een set van 5 het maximum het best, en de onderzoekers raden af om meer dan 10 herhalingen te gebruiken.

Hoeveel herhalingen moet ik doen voor een goede schatting?

Rond de 5, en niet meer dan 10. In het onderzoek van Reynolds en collega's met 70 deelnemers voorspelde een set van 5 herhalingen het maximum nauwkeuriger dan sets van 10 of 20. Zij raden aan niet meer dan 10 herhalingen te gebruiken. De calculator rekent tot 12, maar zie een uitkomst bij 11 of 12 herhalingen als ruwe indicatie.

Moet ik mijn 1RM echt testen?

Voor de meeste mensen is dat niet nodig. Een schatting uit een zware set is nauwkeurig genoeg om trainingsgewichten te kiezen, zeker als je de laagste uitkomst aanhoudt. Wil je toch testen, doe dat dan alleen met ervaring, een goede warming-up en een spotter of veiligheidssteunen. Heb je een blessure, hoge bloeddruk of een hartaandoening, overleg dan eerst met je arts.

Welk percentage van mijn 1RM moet ik gebruiken?

Dat hangt af van je doel. In het overzicht van het ACSM uit 2026 nam kracht het meest toe bij gewichten vanaf 80 procent van je 1RM. Voor spiergroei maakte het gewicht tussen 30 en 100 procent weinig uit, als het volume hoog genoeg was: vanaf 10 sets per spiergroep per week. Beginners raadde het ACSM in 2009 gewichten aan die ze 8 tot 12 keer konden tillen.

Bronnen

  1. Brzycki M. Strength Testing: Predicting a One-Rep Max from Reps-to-Fatigue. J Phys Educ Recreat Dance. 1993;64(1):88-90.
  2. Reynolds JM, Gordon TJ, Robergs RA. Prediction of one repetition maximum strength from multiple repetition maximum testing and anthropometry. J Strength Cond Res. 2006;20(3):584-92.
  3. Currier BS, et al. American College of Sports Medicine Position Stand. Resistance Training Prescription for Muscle Function, Hypertrophy, and Physical Performance in Healthy Adults: An Overview of Reviews. Med Sci Sports Exerc. 2026;58(4):851-872.
  4. American College of Sports Medicine. American College of Sports Medicine position stand. Progression models in resistance training for healthy adults. Med Sci Sports Exerc. 2009;41(3):687-708.

Alle rekentools